Assessment · Uitleg en oefeningKorting berekenen: prijs, percentage en oefenen
Korting berekenen kan twee verschillende vragen betekenen: hoeveel euro gaat eraf, of welk bedrag betaal je uiteindelijk? Schrijf daarom eerst op wat je zoekt. Het kortingspercentage wordt berekend over de oorspronkelijke prijs. Hieronder leer je de nieuwe prijs vinden, het percentage uit twee prijzen afleiden en opeenvolgende kortingen zorgvuldig combineren.

Korting berekenen met het oorspronkelijke bedrag
Vermenigvuldig de oorspronkelijke prijs met het kortingspercentage gedeeld door honderd. Daarmee vind je het kortingsbedrag. Trek dit vervolgens van de oorspronkelijke prijs af om de nieuwe prijs te krijgen. Je kunt ook direct met het overgebleven percentage rekenen. Bij 20% korting betaal je namelijk 80% van de oorspronkelijke prijs. Beide methoden geven hetzelfde antwoord wanneer je tijdens het rekenen niet te vroeg afrondt.
Voorbeeld: twintig procent van tachtig euro
Een artikel kost €80 en krijgt 20% korting. De korting is 0,20 × €80 = €16. De nieuwe prijs is daarom €80 − €16 = €64. Rechtstreeks rekenen kan ook: 0,80 × €80 = €64. Controleer bovendien welke uitkomst de vraag vraagt. Zestien euro is het kortingsbedrag, terwijl vierenzestig euro de prijs na korting is. Beide getallen zijn correct, maar beantwoorden verschillende vragen.
Het kortingspercentage uit twee prijzen vinden
Een product daalt van €120 naar €90. Het verschil is €30. Deel vervolgens door de oorspronkelijke prijs: €30 ÷ €120 = 0,25. Dat is 25% korting. Gebruik dus niet de nieuwe prijs als noemer. Dertig euro is wel een derde van negentig euro, maar de korting werd berekend over honderdtwintig euro. De oude prijs vormt hier het geheel van honderd procent.
Twee opeenvolgende kortingen combineren
Je krijgt eerst 20% korting op €100 en daarna nog 10% op de verlaagde prijs. Na de eerste korting blijft €80 over. De tweede korting is 10% van €80, dus €8. Uiteindelijk betaal je €72. De totale korting is daarom 28%, niet 30%. Je kunt ook de factoren combineren: 0,80 × 0,90 = 0,72. De tweede korting gebruikt een kleinere basis.
Let op extra kosten en actievoorwaarden
Een kortingspercentage vertelt niet altijd wat je uiteindelijk betaalt. Verzendkosten kunnen bijvoorbeeld buiten de korting vallen. Lees daarom op welke producten of bedragen de actie geldt. Bij een rekenvraag staan deze voorwaarden meestal in de omschrijving. Tel eventuele vaste kosten pas op wanneer duidelijk is of de korting daarop geldt. Vergelijk aanbiedingen vervolgens op hetzelfde aantal artikelen en dezelfde uiteindelijke kosten.
Controleer met een eenvoudige schatting
Korting berekenen gaat sneller wanneer je bekende delen herkent. Tien procent is een tiende, vijfentwintig procent een kwart en vijftig procent de helft. Schat daarmee eerst de orde van grootte. Werk daarna het precieze bedrag uit en rond volgens de vraag af. Wil je juist de oorspronkelijke prijs terugvinden? Deel het eindbedrag dan door de overgebleven factor. Dat is een andere bewerking dan opnieuw korting aftrekken.
Korting berekenen: oefenvraag
Een tas kost €150. Je krijgt 30% korting. Wat betaal je?
Controleer je antwoord
Antwoord B: €105
Na 30% korting blijft 70% over. Bereken daarom 0,70 × €150 = €105. Je kunt ook eerst de korting uitrekenen: 0,30 × €150 = €45. Trek daarna €45 van €150 af. Antwoord A is alleen het kortingsbedrag en niet de nieuwe prijs.
Veelgestelde vragen: korting berekenen
Mag ik twee kortingspercentages bij elkaar optellen?
Niet wanneer de tweede korting op de al verlaagde prijs geldt. Vermenigvuldig dan de overgebleven factoren. Alleen als beide kortingen over dezelfde oorspronkelijke basis gaan, kan optellen passend zijn.
Hoe bereken ik de prijs vóór korting?
Bepaal welk deel overblijft en deel de nieuwe prijs door die factor. Na 25% korting is dat bijvoorbeeld de nieuwe prijs gedeeld door 0,75.
Maak de volgende rekenstap
Wil je de basis verder oefenen? Ga dan naar verhoudingen oefenen of bekijk alle onderwerpen bij rekenen met uitleg. Begin daarna met 10 gratis assessmentvragen. Je hebt daarvoor geen account nodig.
Dit is een eigen rekenvoorbeeld. Lees bij NOA over het oefenen van capaciteitentests voor algemene testcontext.