Assessment · Uitleg en oefeningProcenten terugrekenen: van eindbedrag naar begin
Procenten terugrekenen helpt wanneer je het eindbedrag kent en het oorspronkelijke bedrag zoekt. Denk aan een prijs na korting of een aantal na groei. Je draait de vermenigvuldiging dan om. De belangrijkste stap is vaststellen hoeveel procent het eindbedrag van het beginbedrag vertegenwoordigt. Met die verhouding vind je het ontbrekende totaal.

Procenten terugrekenen met een groeifactor
Een stijging van 20% maakt het eindbedrag 120% van het beginbedrag. De bijbehorende groeifactor is daarom 1,20. Een korting van 20% laat juist 80% over en hoort bij factor 0,80. Om terug te rekenen deel je het eindbedrag door die factor. De algemene formule is: beginbedrag = eindbedrag ÷ groeifactor. Je haalt dus niet zomaar hetzelfde percentage van het eindbedrag af.
Voorbeeld: de prijs vóór een korting
Een jas kost na 25% korting €90. Er blijft 100% − 25% = 75% van de oorspronkelijke prijs over. Deel vervolgens €90 door 0,75. De oude prijs was dus €120. Controleer daarna de korting: een kwart van €120 is €30. Trek je die €30 af, dan krijg je opnieuw €90. Zo zie je direct of jouw gekozen factor klopt.
Voorbeeld: een aantal vóór een stijging
Na een stijging van 8% verwerkt een team 540 aanvragen. Het eindtotaal vertegenwoordigt daarom 108% van het oorspronkelijke aantal. Bereken 540 ÷ 1,08 = 500. Het team verwerkte eerst 500 aanvragen. Acht procent daarvan is 40, zodat 500 + 40 weer 540 oplevert. Gebruik bij een stijging een factor groter dan één. Je beginwaarde hoort dan kleiner dan de eindwaarde te zijn.
Als je alleen een deel en percentage kent
Je weet dat 36 medewerkers samen 30% van het personeel vormen. Bereken dan eerst één procent: 36 ÷ 30 = 1,2 medewerker als rekenstap. Vervolgens vermenigvuldig je met honderd en krijg je 120 medewerkers. Je kunt ook meteen 36 ÷ 0,30 doen. De tussentijdse 1,2 beschrijft een verhouding; het betekent niet dat er letterlijk een deel van een medewerker rondloopt.
Meerdere veranderingen terugdraaien
Soms volgen twee percentages elkaar op. Een bedrag stijgt bijvoorbeeld eerst met 10% en daarna met 20%. De gezamenlijke factor is dan 1,10 × 1,20 = 1,32. Een eindbedrag van €132 hoort daarom bij €132 ÷ 1,32 = €100 als beginbedrag. Tel de percentages niet op: de tweede stijging gebruikt het verhoogde bedrag. Draai bij afzonderlijke stappen de laatste verandering als eerste terug.
Herken de basis in een assessmentvraag
Onderstreep woorden zoals oorspronkelijk, na korting en toegenomen tot. Noteer vervolgens welk bedrag bij 100% hoort. Dat hoeft niet het getal te zijn dat je al kent. Procenten terugrekenen wordt overzichtelijker met een korte verhoudingstabel. Controleer bovendien de richting: vóór korting verwacht je een hoger bedrag, vóór groei een lager bedrag. Rond tenslotte pas af wanneer je het gevraagde beginbedrag hebt gevonden.
Procenten terugrekenen: oefenvraag
Een abonnement kost na 20% korting €64. Wat was de oorspronkelijke prijs?
Controleer je antwoord
Antwoord B: €80
Na 20% korting betaal je 80% van de oude prijs. Daarom reken je €64 ÷ 0,80 = €80. Controleer: 20% van €80 is €16 en €80 − €16 = €64. Twintig procent bij €64 optellen gebruikt de verkeerde basis.
Veelgestelde vragen: procenten terugrekenen
Waarom werkt het percentage erbij optellen niet na korting?
Omdat het kortingspercentage over het oorspronkelijke bedrag ging. Het lagere eindbedrag heeft een andere waarde voor één procent. Deel daarom door de overgebleven factor.
Kan ik na 100% korting de oude prijs terugvinden?
Nee, niet met alleen het eindbedrag. Dat is dan nul bij iedere oorspronkelijke prijs. Je hebt aanvullende informatie nodig.
Maak de volgende rekenstap
Wil je de basis verder oefenen? Ga dan naar verhoudingen oefenen of bekijk alle onderwerpen bij rekenen met uitleg. Begin daarna met 10 gratis assessmentvragen. Je hebt daarvoor geen account nodig.
Dit is een eigen rekenvoorbeeld. Lees bij NOA over het oefenen van capaciteitentests voor algemene testcontext.