Naar de inhoud
OnlineGoedVoorbereid

Assessment · Uitleg en oefeningProcentuele stijging berekenen: uitleg en oefenen

Een procentuele stijging berekenen begint met één vraag: welk getal was het oorspronkelijke totaal? Je vergelijkt de toename met dat oude getal. Zo kun je bijvoorbeeld omzet, bezoekersaantallen of productie vergelijken. Hieronder werk je drie situaties uit. Daarna controleer je met een oefenvraag of je de juiste basis kiest.

Eigen oefenvoorbeeld met uitleg · Bijgewerkt op 17 september 2026
Een cursist rekent met een laptop en notitieboek. Uitleg bij procentuele stijging berekenen.

Procentuele stijging berekenen met de formule

Trek eerst het oude getal van het nieuwe getal af. Deel het verschil vervolgens door het oude getal. Vermenigvuldig daarna met honderd. De formule is: (nieuw − oud) ÷ oud × 100%. Een positief antwoord betekent een stijging. Een negatief antwoord betekent een daling. Schrijf de twee aantallen daarom eerst naast elkaar, met de woorden oud en nieuw erbij.

Voorbeeld: van 240 naar 300 bestellingen

Een winkel verwerkt eerst 240 bestellingen per week en daarna 300. De toename is 300 − 240 = 60 bestellingen. Deel vervolgens 60 door 240: dat geeft 0,25. Vermenigvuldigen met honderd levert 25% op. De winkel verwerkt dus 25% meer bestellingen. Controleer dit door een kwart van 240 te nemen. Dat is inderdaad 60. Delen door 300 zou een ander vergelijkingspunt gebruiken.

Een procentuele daling berekenen

Een voorraad daalt van 500 naar 425 stuks. Het verschil is 425 − 500 = −75. Vervolgens reken je −75 ÷ 500 × 100% = −15%. Je kunt daarom zeggen: de voorraad daalt met 15%. Het minteken hoort bij de verandering, terwijl het woord daling de richting al aangeeft. Schrijf liever niet dat de voorraad met min vijftien procent daalt.

Waarom teruggaan een ander percentage oplevert

Een prijs stijgt van €80 naar €100. Dat is een stijging van 25%, want €20 is een kwart van €80. Daalt die prijs vervolgens terug naar €80? Dan is de daling 20%, omdat je nu vergelijkt met €100. Het verschil in euro blijft gelijk, maar de basis verandert. Daardoor heffen een stijging en een daling met hetzelfde percentage elkaar meestal niet op.

Controleer nul, eenheden en afronding

Bij een oud getal van nul kun je deze procentuele verandering niet berekenen: delen door nul kan niet. Benoem dan de absolute toename. Controleer daarnaast of beide aantallen dezelfde eenheid en periode gebruiken. Vergelijk bijvoorbeeld maandtotalen met maandtotalen. Bewaar tijdens de berekening voldoende decimalen. Rond pas het eindantwoord af volgens de vraag, zodat een tussentijdse afronding je antwoord niet verschuift.

Gebruik de formule in een assessment

Zoek bij een tabelvraag eerst de juiste rij en beide jaartallen. Bepaal daarna de oude waarde, ook wanneer die rechts in de tabel staat. De volgorde op papier bepaalt namelijk niet het vergelijkingspunt. Een procentuele stijging berekenen gaat rustiger wanneer je verschil, basis en percentage afzonderlijk noteert. Schat bovendien vooraf: een verdubbeling is 100% stijging en anderhalf keer zoveel is 50%.

Pas je kennis toe

Procentuele stijging berekenen: oefenvraag

Een bedrijf verkoopt eerst 160 en daarna 200 abonnementen. Hoe groot is de procentuele stijging?

Kies je antwoord
Controleer je antwoord

Antwoord B: 25%

De toename is 40 abonnementen. Deel door het oorspronkelijke aantal: 40 ÷ 160 × 100% = 25%. Antwoord A gebruikt de nieuwe waarde als basis. Antwoord C verwart het verschil in aantallen met een percentage.

Veelgestelde vragen: procentuele stijging berekenen

Is een groter verschil altijd een grotere procentuele stijging?

Nee. Een toename van 20 op 100 is 20%, terwijl een toename van 50 op 1.000 maar 5% is. De oude waarde bepaalt de verhouding.

Kan een stijging groter zijn dan 100%?

Ja. Van 40 naar 100 is een toename van 60. Dat geeft 60 ÷ 40 × 100% = 150%. Het nieuwe aantal is dan 250% van het oude.

Maak de volgende rekenstap

Wil je de basis verder oefenen? Ga dan naar numeriek redeneren oefenen of bekijk alle onderwerpen bij rekenen met uitleg. Begin daarna met 10 gratis assessmentvragen. Je hebt daarvoor geen account nodig.

Dit is een eigen rekenvoorbeeld. Lees bij NOA over het oefenen van capaciteitentests voor algemene testcontext.