Naar de inhoud
OnlineGoedVoorbereid

Assessment · Uitleg en oefeningProcentpunt of procent: verschil met voorbeelden

Een procentpunt beschrijft het verschil tussen twee percentages. Stijgt een aandeel van 20% naar 25%, dan is dat vijf procentpunt. De relatieve stijging is ondertussen 25%. Beide beschrijven dezelfde verandering vanuit een ander perspectief. Hieronder leer je welke berekening bij welke vraag hoort, zodat je tabellen en uitspraken over groei nauwkeuriger leest.

Eigen oefenvoorbeeld met uitleg · Bijgewerkt op 17 september 2026
Een cursist rekent met een laptop en notitieboek. Uitleg bij procentpunt.

Een procentpunt is een verschil tussen percentages

Trek voor het verschil in procentpunten het oude percentage van het nieuwe percentage af. Van 30% naar 38% is daarom een stijging van acht procentpunt. Je deelt bij deze berekening niet door de oude waarde. Het resultaat beschrijft de afstand tussen twee percentages op dezelfde schaal. Zet de eenheid procentpunt erbij, zodat niemand het antwoord verwart met een relatieve stijging van acht procent.

Relatieve groei gebruikt het oude percentage als basis

Wil je weten hoeveel procent een aandeel relatief is gestegen? Deel dan het verschil door het oude aandeel. Van 20% naar 25% is het verschil vijf procentpunt. Relatief reken je vervolgens 5 ÷ 20 × 100% = 25%. Het nieuwe aandeel is dus een kwart groter dan het oude. Schrijf de vergelijking volledig uit wanneer een vraag alleen het woord groei gebruikt.

Voorbeeld: geslaagde controles vergelijken

In een eerste meting slaagt 60% van de controles. In de tweede meting is dat 75%. Het verschil is 15 procentpunt. De relatieve stijging is daarnaast 15 ÷ 60 × 100% = 25%. Betekent dit ook dat er 25% meer controles zijn geslaagd? Alleen als de totale aantallen controles gelijk zijn. Bij verschillende totalen moet je eerst de aantallen achter beide percentages berekenen.

Een daling in beide vormen beschrijven

Een foutpercentage daalt van 8% naar 6%. Dat is een daling van twee procentpunt. Relatief neemt het foutpercentage af met 2 ÷ 8 × 100% = 25%. Je kunt daarom zeggen dat het percentage fouten een kwart lager ligt. De formulering twee procent lager zou iets anders betekenen. Benoem dus duidelijk of je de absolute afstand tussen percentages of de relatieve verandering bedoelt.

Kleine beginwaarden kunnen grote groei geven

Een aandeel stijgt van 1% naar 2%. Het verschil is slechts één procentpunt, maar de relatieve stijging is 100%. Het aandeel is immers verdubbeld. Dat klinkt groot, terwijl het totale aandeel nog steeds klein is. Lees daarom altijd de beginwaarde erbij. Een groei ten opzichte van nul kun je met de gewone procentuele formule niet berekenen, omdat je dan door nul zou delen.

Kies de eenheid voordat je gaat rekenen

Zoek in een assessmentvraag eerst of procent of procentpunt wordt gevraagd. Noteer daarna beide percentages en bepaal hun verschil. Voor procentpunten ben je dan klaar. Voor relatieve groei deel je bovendien door het oude percentage. Controleer tenslotte of beide percentages hetzelfde verschijnsel meten. Een aandeel klanten en een aandeel omzet hebben verschillende betekenissen en zijn niet zomaar als dezelfde grootheid vergelijkbaar.

Pas je kennis toe

Procentpunt: oefenvraag

Een aandeel stijgt van 40% naar 50%. Welke uitspraak klopt?

Kies je antwoord
Controleer je antwoord

Antwoord A: 10 procentpunt en 25% relatieve stijging

Het directe verschil is 50 − 40 = 10 procentpunt. Voor de relatieve stijging deel je door het oude aandeel: 10 ÷ 40 × 100% = 25%. Beide uitkomsten beschrijven dezelfde beweging. Ze gebruiken alleen een andere eenheid en een ander vergelijkingspunt.

Veelgestelde vragen: procentpunt

Is procentpunt hetzelfde als een percentage van het totaal?

Nee. Een procentpunt is de afstand tussen twee percentages. Hoeveel mensen of artikelen daarbij horen, hangt af van de omvang van het totaal.

Wat betekent een stijging van vijf procent bij 20%?

Als het om relatieve groei gaat, reken je 20% × 1,05 = 21%. Dat is één procentpunt hoger. Vijf procentpunt erbij zou juist 25% opleveren.

Maak de volgende rekenstap

Wil je de basis verder oefenen? Ga dan naar numeriek redeneren oefenen of bekijk alle onderwerpen bij rekenen met uitleg. Begin daarna met 10 gratis assessmentvragen. Je hebt daarvoor geen account nodig.

Dit is een eigen rekenvoorbeeld. Lees bij NOA over het oefenen van capaciteitentests voor algemene testcontext.