Naar de inhoud
OnlineGoedVoorbereid

Assessment · Uitleg en oefeningKm per uur naar meter per seconde: zo reken je om

Km per uur naar meter per seconde omrekenen doe je door de snelheid door 3,6 te delen. Voor de omgekeerde omzetting vermenigvuldig je daarom met 3,6. De snelheid zelf verandert niet; alleen de eenheid verandert. Hieronder zie je waar de factor vandaan komt, hoe je bekende snelheden omzet en hoe je controleert of je niet de verkeerde kant op rekent.

Eigen oefenvoorbeeld met uitleg · Bijgewerkt op 17 september 2026
Een cursist rekent met een laptop en notitieboek. Uitleg bij km per uur naar meter per seconde.

Km per uur naar meter per seconde met factor 3,6

Eén kilometer is duizend meter en één uur is 3.600 seconden. Eén kilometer per uur is daarom 1.000 ÷ 3.600 meter per seconde. Dat is dus gelijk aan delen door 3,6. De formule wordt dus: snelheid in m/s = snelheid in km/u ÷ 3,6. Noteer daarom alvast de gewenste eenheid achter het antwoordvak. Daardoor blijft tijdens de berekening duidelijk welke richting je op rekent.

Voorbeeld: tweeënzeventig kilometer per uur

Deel daarom 72 door 3,6 en krijg 20. Een snelheid van 72 kilometer per uur is dus 20 meter per seconde. Controleer dit vervolgens over een heel uur. In 3.600 seconden leg je bij die snelheid namelijk 72.000 meter af. Dat is dus 72 kilometer. De twee notaties beschrijven daarom precies dezelfde snelheid, ook al is het getal twintig kleiner dan tweeënzeventig.

Voorbeeld: vijftig kilometer per uur afronden

Bij 50 kilometer per uur reken je 50 ÷ 3,6 = 13,888… meter per seconde. Dat wordt dus 13,9 m/s op één decimaal. Gebruik echter de langere waarde als je daarna nog een afstand berekent. Rond daarom pas het eindantwoord af volgens de vraag. Anders kan de afronding van je snelheid doorwerken in het aantal meters dat je uiteindelijk vindt.

Andersom: van meter per seconde naar kilometer per uur

Je wilt bijvoorbeeld 15 meter per seconde in kilometer per uur schrijven. Vermenigvuldig daarom met 3,6: 15 × 3,6 = 54 km/u. Controleer vervolgens omgekeerd: 54 ÷ 3,6 = 15 m/s. Het getal in kilometer per uur is daardoor bij een positieve snelheid groter. Die eenvoudige controle helpt om te herkennen of je per ongeluk opnieuw hebt gedeeld.

Gebruik passende eenheden bij afstand en tijd

Zodra je de snelheid in meter per seconde hebt, kun je een tijd in seconden rechtstreeks gebruiken. Vermenigvuldig vervolgens snelheid met tijd voor de afstand in meters. Bij kilometer per uur hoort de tijd daarentegen in uren. Meng die eenheden daarom niet zonder omzetten. Controleer bovendien of de vraag uitgaat van een constante snelheid of een gemiddelde over de genoemde periode.

Onthoud ankers en controleer de richting

Bekende ankers helpen bij een assessment: 36 km/u is 10 m/s en 108 km/u is 30 m/s. Gebruik ze daarom om je uitkomst te schatten. Km per uur naar meter per seconde betekent dus delen door 3,6. Schrijf eventueel eerst de formule op en vul daarna het getal in. Zo voorkom je dat tijdsdruk je naar de omgekeerde bewerking stuurt.

Pas je kennis toe

Km per uur naar meter per seconde: oefenvraag

Hoeveel meter per seconde is 90 kilometer per uur?

Kies je antwoord
Controleer je antwoord

Antwoord A: 25 m/s

Deel de snelheid door 3,6: 90 ÷ 3,6 = 25 m/s. Controleer vervolgens andersom: 25 × 3,6 = 90 km/u. Antwoord C ontstaat door vermenigvuldigen in de verkeerde richting. Het antwoord in meter per seconde moet bij een positieve snelheid een kleiner getal hebben.

Veelgestelde vragen: km per uur naar meter per seconde

Waarom deel ik niet alleen door duizend?

Omdat zowel de afstandseenheid als de tijdseenheid verandert. Je rekent kilometers om naar meters én uren naar seconden. Samen leveren die twee omzettingen de factor 3,6 op.

Zijn km/h en km/u dezelfde eenheid?

Ja. Beide betekenen kilometer per uur; h staat voor uur in internationale notatie. Voor meter per seconde kom je daarentegen meestal m/s tegen. Lees de eenheid steeds volledig.

Maak de volgende rekenstap

Wil je de basis verder oefenen? Ga dan naar verhoudingen oefenen of bekijk alle onderwerpen bij rekenen met uitleg. Begin daarna met 10 gratis assessmentvragen. Je hebt daarvoor geen account nodig.

Dit is een eigen rekenvoorbeeld. Lees bij NOA over het oefenen van capaciteitentests voor algemene testcontext.