Assessment · Uitleg en oefeningKommagetallen delen: stappen, voorbeelden en quiz
Kommagetallen delen wordt eenvoudiger wanneer je de deler eerst een heel getal maakt. Je vermenigvuldigt daarvoor beide getallen met dezelfde macht van tien. De uitkomst van de deling blijft dan gelijk. Hieronder zie je hoe je de komma zorgvuldig verschuift, waarom delen soms een groter getal geeft en hoe je het antwoord controleert.

Kommagetallen delen met een gehele deler
In 7,2 ÷ 0,3 is 7,2 het deeltal en 0,3 de deler. Vermenigvuldig beide met tien. Je krijgt vervolgens 72 ÷ 3, met dezelfde uitkomst. Het antwoord is daarom 24. Verplaats de komma dus niet alleen in de deler. Beide getallen moeten dezelfde factor krijgen. Je verandert daarmee de schrijfwijze van de verhouding, terwijl het aantal keer dat de deler erin past gelijk blijft.
Voorbeeld: delen door honderdsten
Bereken 4,8 ÷ 0,06. De deler heeft twee cijfers achter de komma. Vermenigvuldig daarom beide getallen met honderd. Je krijgt 480 ÷ 6 = 80. Let op dat 4,8 door diezelfde factor ook honderd keer zo groot wordt. Controleer daarna met de oorspronkelijke getallen: 80 × 0,06 = 4,8. Zo merk je direct of één van de komma’s verkeerd is verschoven.
Voorbeeld: de uitkomst blijft een kommagetal
Bij 5,25 ÷ 1,5 vermenigvuldig je beide getallen met tien. Dat geeft 52,5 ÷ 15. De uitkomst is 3,5, want 15 × 3,5 = 52,5. Het deeltal hoeft dus niet per se geheel te worden. Je doel is namelijk een gehele deler. Wil je liever met twee gehele getallen beginnen? Vermenigvuldig dan beide oorspronkelijke getallen met honderd en bereken 525 ÷ 150.
Delen door tien, honderd of duizend
Bij delen door tien wordt ieder cijfer één plaats minder waard. De komma schuift daardoor één plaats naar links. Deel je door honderd, dan zijn het twee plaatsen; bij duizend drie. Voeg zo nodig nullen toe om de plaatswaarde zichtbaar te houden. Controleer bovendien de richting. Bij een positief getal moet delen door honderd een veel kleiner resultaat geven, geen groter getal.
Waarom een deling groter kan uitkomen
Delen door een positief getal onder één kan de uitkomst vergroten. In twaalf liter passen bijvoorbeeld vierentwintig porties van een halve liter. Dat betekent 12 ÷ 0,5 = 24. Je verdeelt hier niet over een halve persoon, maar telt hoeveel halve liters passen. Die betekenis helpt om antwoordopties te beoordelen. Schat daarom vooraf of het resultaat groter of kleiner dan het deeltal moet zijn.
Controleer je komma met vermenigvuldigen
Kommagetallen delen vraagt vooral om vaste tussenstappen. Noteer eerst met welke factor je beide getallen vermenigvuldigt. Werk de eenvoudiger deling daarna uit. Vermenigvuldig tenslotte je antwoord met de oorspronkelijke deler. Je hoort het oorspronkelijke deeltal terug te krijgen. Let bij assessmentvragen ook op geld, tijd of aantallen. Een antwoord in euro kun je doorgaans op centen afronden wanneer de vraag een betaalbedrag zoekt.
Kommagetallen delen: oefenvraag
Wat is 6,3 ÷ 0,9?
Controleer je antwoord
Antwoord B: 7
Vermenigvuldig beide getallen met tien: 63 ÷ 9 = 7. Controleer vervolgens: 7 × 0,9 = 6,3. De uitkomst is iets groter dan 6,3, omdat je deelt door een getal dat net onder één ligt. Dat maakt 0,7 en 70 ook onwaarschijnlijk.
Veelgestelde vragen: kommagetallen delen
Mag ik verschillende factoren gebruiken voor beide getallen?
Nee. Dan verandert de verhouding en daarmee de uitkomst. Gebruik dezelfde factor voor deeltal en deler. Alleen zo blijft de nieuwe deling gelijkwaardig aan de oorspronkelijke.
Kan ik delen door 0,0?
Nee. Dat is delen door nul en heeft geen geldige uitkomst. Delen door 0,1 of 0,01 kan wel, want die getallen zijn groter dan nul.
Maak de volgende rekenstap
Wil je de basis verder oefenen? Ga dan naar hoofdrekenen oefenen of bekijk alle onderwerpen bij rekenen met uitleg. Begin daarna met 10 gratis assessmentvragen. Je hebt daarvoor geen account nodig.
Dit is een eigen rekenvoorbeeld. Lees bij NOA over het oefenen van capaciteitentests voor algemene testcontext.