Naar de inhoud
OnlineGoedVoorbereid

Assessment · Uitleg en oefeningKommagetallen vermenigvuldigen: uitleg en oefenen

Kommagetallen vermenigvuldigen kun je in twee delen aanpakken. Reken eerst alsof de komma’s er niet staan. Plaats daarna de komma terug op basis van het totale aantal decimalen. Met een schatting controleer je of het antwoord logisch is. Hieronder oefen je deze methode met prijzen, kleine hoeveelheden en getallen die op nul eindigen.

Eigen oefenvoorbeeld met uitleg · Bijgewerkt op 17 september 2026
Een cursist rekent met een laptop en notitieboek. Uitleg bij kommagetallen vermenigvuldigen.

Kommagetallen vermenigvuldigen met de decimalenregel

Tel hoeveel cijfers beide getallen samen achter de komma hebben. Vermenigvuldig vervolgens de getallen alsof ze geheel zijn. Plaats vervolgens in het product net zoveel decimalen als je hebt geteld. De reden is dat je bij het weglaten van de komma de factoren tijdelijk groter maakt. Die vergroting moet je daarna ongedaan maken. Voeg links van het product zo nodig nullen toe voor de juiste plaatswaarde.

Voorbeeld: een prijs maal een hoeveelheid

Bereken 2,4 × 1,5. Zonder komma’s reken je 24 × 15 = 360. De twee oorspronkelijke getallen hebben samen twee decimalen. Daarom wordt het antwoord 3,60, oftewel 3,6. Controleer met splitsen: 2,4 × 1 = 2,4 en 2,4 × 0,5 = 1,2. Samen is dat 3,6. Beide routes maken zichtbaar waarom 36 te groot zou zijn.

Voorbeeld: twee kleine kommagetallen

Bereken 0,04 × 0,3. Eerst doe je 4 × 3 = 12. De factoren hebben samen drie decimalen. Het antwoord is daarom 0,012. Je hebt daarom een nul nodig tussen de komma en de één. Controleer de grootte: drie tiende van 0,04 moet kleiner zijn dan 0,04. Het antwoord 0,12 zou juist groter zijn en past daarom niet bij deze vermenigvuldiging.

Voorbeeld: een heel getal en een kommagetal

Een artikel kost €1,25 en je koopt er acht. Reken 125 × 8 = 1.000. Alleen 1,25 heeft twee decimalen, dus de prijs wordt €10,00. Je kunt ook vier artikelen samen nemen: vier keer €1,25 is €5. Acht artikelen kosten vervolgens twee keer €5. Splitsen in herkenbare groepen kan sneller zijn, zolang je de oorspronkelijke hoeveelheid bijhoudt.

Nullen aan het einde veranderen de waarde niet

De getallen 2,4 en 2,40 hebben dezelfde waarde. Je mag onnodige eindnullen daarom vooraf weglaten. Laat je ze staan, dan levert de decimalenregel nog steeds hetzelfde antwoord op. Bij geld schrijf je meestal twee cijfers achter de komma om centen duidelijk te tonen. Rond tussentijdse producten liever niet af. Anders kan een kleine afwijking bij verdere vermenigvuldigingen groter worden.

Kies eerst een snelle schatting

Kommagetallen vermenigvuldigen gaat betrouwbaarder wanneer je de grootte vooraf inschat. Een bedrag van ongeveer twee euro maal ongeveer vijf hoort rond tien euro te liggen. Noteer daarna het exacte product en controleer de komma. Bij positieve factoren maakt vermenigvuldigen met een getal onder één de andere factor kleiner. Gebruik die kennis bij assessmentvragen om onmogelijke antwoordopties te herkennen voordat je alle stappen opnieuw uitrekent.

Pas je kennis toe

Kommagetallen vermenigvuldigen: oefenvraag

Wat is 0,8 × 0,25?

Kies je antwoord
Controleer je antwoord

Antwoord B: 0,2

Reken eerst 8 × 25 = 200. Samen hebben de factoren drie decimalen. Je krijgt daarom 0,200 = 0,2. Je kunt ook een kwart van 0,8 nemen. Dat is 0,8 ÷ 4 = 0,2. De uitkomst hoort kleiner dan 0,8 te zijn.

Veelgestelde vragen: kommagetallen vermenigvuldigen

Waarom tel ik de decimalen van beide factoren op?

Omdat de tijdelijke vergrotingsfactoren met elkaar vermenigvuldigen. Eén decimaal en twee decimalen betekenen bijvoorbeeld tien maal honderd. Je moet het product dan door duizend delen.

Moet ik altijd schriftelijk vermenigvuldigen?

Nee. Splitsen, verdubbelen of een bekende breuk herkennen kan ook. Kies de methode die je begrijpt en controleer altijd de plaats van de komma.

Maak de volgende rekenstap

Wil je de basis verder oefenen? Ga dan naar hoofdrekenen oefenen of bekijk alle onderwerpen bij rekenen met uitleg. Begin daarna met 10 gratis assessmentvragen. Je hebt daarvoor geen account nodig.

Dit is een eigen rekenvoorbeeld. Lees bij NOA over het oefenen van capaciteitentests voor algemene testcontext.