VCA · Uitleg en oefeningBrandklassen: begrijp wat er brandt en waarom dat telt
Brandklassen beschrijven het soort materiaal dat brandt. Dat onderscheid helpt daardoor om informatie op blusmiddelen te begrijpen. Het is dus iets anders dan de grootte van een brand. Tijdens je VCA-voorbereiding leer je daarom niet zomaar een blusser bij een vlam kiezen. Je kijkt namelijk eerst naar de stof, de situatie en de veiligheid van mensen.

Welke brandklassen kom je tegen?
Bij klasse A gaat het om vaste stoffen, bijvoorbeeld hout en papier. Klasse B betreft daarentegen vloeistoffen en vloeibaar wordende stoffen. Voor gassen gebruik je vervolgens de aanduiding C. Metalen vallen onder klasse D. Daarnaast bestaat klasse F voor bakoliën en vetten in bakapparatuur.
Leer daarom bij iedere klasse een herkenbaar voorbeeld. Gebruik vervolgens een ander voorbeeld om het begrip te testen. Daardoor onthoud je de categorie op basis van het materiaal. Alleen de volgorde van letters leren helpt immers minder bij een nieuwe vraag.
Kijk naar de stof die werkelijk brandt
De omgeving kan afleiden. Een brand in een keuken betekent bijvoorbeeld niet automatisch dat het om bakvet gaat. Ook papier of een ander materiaal kan daar immers branden. In een oefenvraag moet je dus vaststellen welk materiaal wordt beschreven.
Hetzelfde geldt voor een werkplaats. De naam van de ruimte zegt namelijk niet welke brandklasse van toepassing is. Lees de gegevens daarom zorgvuldig en vul ontbrekende informatie niet zelf in. Je keuze moet immers aansluiten bij de concrete stof.
Elektriciteit vraagt een aanvullende beoordeling
Elektrische spanning is een extra gevaar, maar wordt binnen deze indeling niet als een aparte brandklasse E behandeld. De brandende stof blijft namelijk relevant. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektrische spanning.
Een middel mag daarom alleen worden toegepast wanneer het geschikt is voor de beschreven situatie. Kijk daarvoor bijvoorbeeld naar de informatie op het blusmiddel en de instructies. Tijdens het leren houd je dus het materiaal, de geschiktheid van het middel en bijkomende gevaren uit elkaar.
Een passende klasse is niet de hele veiligheidskeuze
Brandweer Nederland benadrukt dat de veiligheid van jezelf en anderen vooropstaat. Een brand kan zich immers snel ontwikkelen. Alleen weten welk materiaal brandt, betekent daarom niet dat je zelf veilig kunt ingrijpen.
Volg daarom de noodafspraken, waarschuw anderen en zorg dat je veilig weg kunt komen. Bel bij nood 112. Ga geen risico nemen om een bluspoging te doen. In een oefensituatie moeten zulke omstandigheden meewegen in de gekozen handeling.
Oefen brandklassen met duidelijke vergelijkingen
Vergelijk hout met benzine en bakolie met metaal. Benoem eerst de klasse en leg daarna uit waarom de stoffen niet als dezelfde categorie worden behandeld. Verander vervolgens alleen de locatie van het voorbeeld. De brandstof blijft namelijk bepalend.
Gebruik geen algemene regel dat water overal geschikt is. Bij brandende olie of vet kan water immers de situatie sterk verergeren. Leer de waarschuwingen daarom samen met de categorieën. Zo verbind je kennis van brandklassen aan een zorgvuldigere beoordeling van een situatie.
Brandklassen: een oefenvraag
Welke brandklasse hoort bij brandend hout?
Controleer je antwoord
Antwoord A: Klasse A
Hout is een vaste brandbare stof en valt onder klasse A. De ruimte waarin het hout ligt verandert die indeling niet.
Veelgestelde vragen: brandklassen
Zegt een brandklasse hoe groot de brand is?
Nee. De indeling gaat over het soort brandende materiaal.
Kan ik op basis van dit overzicht iedere brand zelf blussen?
Nee. De situatie, je veiligheid en de gebruiksinstructies zijn bepalend. Volg noodafspraken en schakel bij nood hulp in.